De allroadrijder wordt tegenwoordig behoorlijk in de watten gelegd. Nooit was er een ruimer aanbod in het hogere middensegement op lange stelten, dat zich uitstrekt van driekwartliteravonturiers tot net onder de grens van 1.000cc, en van prijskaartjes die een al even grote diaspora vertonen. Met de ravissante Ducati DesertX en de langverwachte Honda XL750 Transalp hebben we twee uitersten gesommeerd. Rest de vraag of we voor de woestijnwroeter zwichten, dan wel knielen voor de bergkoning?

Doorgaans is het ‘bon ton’ om motoren met een zo dicht mogelijk bij elkaar aansluitende technische fiche en insteek tegenover elkaar te zetten in een vergelijkende test. Maar wat als we dat concept nu eens helemaal overhoop gooien en de gamma-instapper neus aan neus zetten met het motorische neusje-van-de-zalm? Welaan, dan krijg je in het geval van de middenklasse allroads een ‘mexicaanse standoff’ tussen de nagelnieuwe Honda XL750 Transalp en de vorig jaar gelanceerde Ducati DesertX. De eerste klopt verrassend genoeg alle directe concurrenten met z’n prijskaartje, die tweede mept alles en iedereen tegen het canvas op vlak van exclusiviteit en uitrusting. Maar betekent dat dan dat de Japanner samenhangt van de compromissen? Of schaadt overdaad in het geval van de Italiaanse uitdager? Dat proberen we voor u uit te vissen.

 

Looks en afwerking

Sinds ons bezoek aan het Centro Stile van Ducati enkele jaren geleden – de designafdeling van het merk in Borgo Panigale, Bologna – weten we hoeveel tijd en moeite de Italianen steken in werkelijk élk detail van hun nieuwe motoren. En dat is eraan te merken als je de DesertX voor de ogen krijgt. Het plaatje klópt gewoon: van het lekker agressieve rallykuipje, over de dubbele koplamp met DRL, het wondermooie ledboogje als achterlicht, de stoer omhoog priemende uitlaatdemper en het knappe TFT’tje tot het subtiel nostalgische kleurenpallet van wijlen Cagiva Elefant. Wow. Voor de volledigheid: onze testmachine is onder meer voorzien van het hogere windscherm en handkappen, een koplampprotector, een bagagerek achter, een specifieke stickerset en een verlagingsset voor de veren (-20 mm voor- en achteraan).

Ook Honda gooit ‘t over de nostalgische boeg, met een op de XL600V – de allereerste Transalp – geënte jas. Een erg geslaagd samenspel van de goudkleurige spaakwielen, het blauwe zadel, de witte basistoon en een aquarelversie van de HRC-kleurstelling op de bast. Mooi, maar niet écht spannend, als u het ons vergeeft. Het smoeltje had wat ons betreft wat zinnenprikkelender gekund, de swingarm is er eentje van dertien in een dozijn, en het knappe TFT-schermpje is een kleine oase in een woestijn van zwart plastic.

Dat de Transalp omwille van budgettaire redenen onderdelen deelt met de CB500X (en de Africa Twin), zit daar ongetwijfeld voor iets tussen. Iets meer modelspecifieke looks en onderdelen hadden ‘m nog meer cachet kunnen geven – maar dan had hij vermoedelijk ook een pak extra gekost. Nu we ‘t daarover hebben, zitten wel wat pluseuro’s op deze testmotor: de valbeugels met mistlampen en de knappe radiatorbescherming (Adventure Pack), plus de optionele quickshifter. Qua looks en afwerking gaan de bloemen naar Italië, wat ons betreft.

Lees het volledige artikel gratis verder op motornieuws.be